Île de Ré - dag 5
|
Ma. 15 juni.
Ile de Ré staat op het programma. Daar kom je via een tolbrug. Een rit van 17 min., vanaf ons hotel. We rijden op het eiland rechtsom en bij een stopplek fotograferen we de 3 km lange brug. Het eiland strekt zich uit over een lengte van 25 km en de breedte varieert van 1,30 km. tot 6 km. Het heeft een totale kustlijn van bijna 100 km, waarvan de helft bestaat uit stranden, vooral aan de zuidwestkust. Genoeg cijfertjes voorlopig. |
|
Als eerste hadden we bedacht het fort te bekijken, maar dat is helaas gesloten. Dan naar de iets verder gelegen abdij restanten. Vanaf de parkeerplaats er naar toe lopen duurt 4 min. maar het is daar al behoorlijk warm voor. |
De Abdij van Les Châteliers (of abdij Notre-Dame-de-Ré) is een prachtig voorbeeld van Romaanse architectuur. De abdij was een belangrijke religieuze en culturele centrum in de regio en de kloosterschool was een van de eerste. Abbaye des Chateliers is zwaar getroffen door de Honderdjarige Oorlog en door de verwoestingen van de godsdienstoorlogen.
|
De volgende stop is de plaats La Flotte. Het is druk als wij er zijn. Het heeft een leuk haventje. Omdat het eb is liggen de bootjes nagenoeg op het droge. We drinken op een terras koffie en water. Iedereen wil in de schaduw zitten en dat wordt een soort stoelendans zodra mensen schaduwplekken verlaten. |
|
La Flotte is een van de mooiste dorpen van Île de Ré. Het dorp ligt aan de noordkust en heeft een charmante haven, smalle straatjes, bloemen, winkeltjes en terrassen. Een wandeling door La Flotte is vooral leuk rond de haven en de oude straatjes erachter. Je ziet er traditionele huizen, kleine winkels en genoeg plekken voor een hapje of een drankje.
|
Na dit stadsbezoek rijden we een stuk noordwaarts. Veel fietsers op het eiland. Het landschap is gevarieerd. Er zijn graanvelden, bossen, wijnstruiken en natuurlijk de zoutpannen. Het voelt toch echt als een aparte wereld. De sfeer is rustig met veel lage witte huizen, stokrozen, duinen en kleine havens. |
De zoutmoerassen horen bij het karakter van Île de Ré. Vooral in het westen en noordwesten van het eiland zie je uitgestrekte bassins, lage dijken, vogels en open luchten. Hier wordt nog altijd zeezout gewonnen. Het beroemde fleur de sel van Île de Ré is een van de lokale producten die je op markten en in winkels tegenkomt.
|
En we rijden nog verder… het schiereiland op. Naar de Phare des Baleines. Een mooie vuurtoren gelegen op het meest westelijke puntje van Île de Ré. De vuurtoren wordt omringd door duinen, bossen en stranden, waar je mooi kunt wandelen. De vuurtoren is 57 meter hoog, helaas is er geen lift aanwezig. Bij de vuurtoren vind je het Musée des Baleines, waar je veel informatie vindt over de werking en de geschiedenis van de vuurtoren. Vervolgens rijden we echt helemaal naar het einde van het eiland. Daar liggen bootjes. |
|
Op de terugweg via de andere kant (westzijde) willen we ergens een terrasje pakken, maar dat lukt niet. Langs de weg is er sowieso niks en
in Saint Marie de Mer zijn de restaurantjes al gesloten. Wel kunnen we ergens een supermarkt induiken. Was het 27 tot 30 graden op Île de Ré… in La Rochelle is het weer 34 graden. Wanneer wij na het chillen op de hotelkamer wat willen gaan eten blijkt het buiten ineens wat frisser te zijn. Daarom eten we binnen waar ook een buslading Duitsers in een hoek zijn neergezet. We eten een burger en een salade. Koffie na. |
naar boven vervolg